SPARK18

In Nederland heeft één op de vijf kinderen een verhoogd risico op opvoedings- en ontwikkelingsproblemen. Dit aantal onderstreept de noodzaak van vroegsignalering. De SPARK18 is een gestructureerd interview met 16 domeinen, variërend van fysieke gezondheid tot gezinszaken. Het meet de ervaren zorgen en zorgbehoeften van ouders van kinderen van 18 maanden. De expertise van de jeugdverpleegkundige en de unieke ervaring en kennis van de ouders zijn de basis-ingrediënten van het gesprek. De methode behandelt nauwgezet iedere specifieke opgroeisituatie. Hierdoor worden eventuele opvoed- en ontwikkelingsproblemen in een vroeg stadium gesignaleerd. Met de methode kan de jeugdverpleegkundige valide en betrouwbaar inschatten of het om een laag, verhoogd of hoog risico op opvoed- en ontwikkelingsproblemen gaat.

De SPARK18 is uitgebreid onderzocht en is ontwikkeld in nauwe samenwerking met een expertgroep van ervaren verpleegkundigen op basis van een bestaand instrument: de VOBO (Vragenlijst Onvervulde Behoeften en Opvoedingsondersteuning). Zo zijn de inhoud, structuur en psychometrische eigenschappen van de SPARK18 onderzocht. Bovendien is de toegevoegde waarde van een huisbezoek met de SPARK18 vergeleken met een bezoek aan het consultatiebureau met of zonder de inzet van SPARK18.

Psychometrische eigenschappen van SPARK18

De eerste studie met de SPARK-methode toont aan dat de methode bruikbaar is in de dagelijkse praktijk en inzicht geeft in zowel risico’s voor het kind als zorgen en steunbehoeften van de ouder. Vervolgens bepaalde een valideringsonderzoek onder 2021 kinderen van 18 maanden in Zeeland de psychometrische eigenschappen zoals validiteit (convergente validiteit, discriminatieve validiteit en predictieve validiteit) en betrouwbaarheid. Het gebruikersoordeel van ouders en verpleegkundigen was hierin opgenomen. Hieruit bleek dat de methode valide, betrouwbaar en praktisch toepasbaar is. De methode zorgt ervoor dat uitkomsten van het gesprek met ouders hetzelfde zijn, ongeacht welke jeugdverpleegkundige het gesprek voert.

ICC’s die de interraterbetrouwbaarheid aangeven, zijn tussen 0,85 en 1 voor fysieke domeinen, tussen 0,61 en 0,8 voor sociaal-emotionele domeinen en 0,92 voor de overall risico-inschatting. De overall risico-inschatting van de SPARK-methode door de jeugdverpleegkundige bleek een sterke voorspeller voor een toekomstige melding bij het Advies en Meldpunt Kindermishandeling, nu Veilig Thuis, en/of Bureau Jeugdzorg in de anderhalf jaar na het afnemen met de SPARK-methode (Odds ratio of high versus low risk: 16.3 [95% confidence interval: 5.2–50.8] The specificity and negative predictive value of both high and increased risk for a report to ARCAN or YCA were very high (high risk: 0.97 and 0.99, increased risk: 0.80 and 0.99). Sensitivity was moderate). Met andere woorden; een risicoinschatting die je kunt vertrouwen.

Huisbezoek of een bezoek aan het consultatiebureau

Waar signaleer je eerder opvoedings- en opgroeiproblemen, thuis of op het consultatiebureau? Om deze vraag te beantwoorden vergeleken we het huisbezoek met gebruik van de SPARK met een bezoek aan het consultatiebureau, hetzij met gebruik van de SPARK-methode, hetzij zonder de methode. Met gebruik van de SPARK-methode tijdens het huisbezoek worden significant meer kinderen met een hoog risico op opvoed- en opgroeiproblemen gevonden dan met een bezoek aan het consultatiebureau (3.7 vs. 2.6%) en met een verhoogd risico (19.1 vs 20.7%).

Zowel ouders als jeugdverpleegkundigen geven tijdens een huisbezoek vaker zorgbehoeften aan. Beiden ervaren het huisbezoek prettiger dan een bezoek aan het consultatiebureau. Daarnaast krijgen ouders meer en betere informatie door het bezoek thuis; ouders en kinderen zijn in hun eigen omgeving en meer op hun gemak. De interactie tussen kind en ouder(s) wordt thuis beter geobserveerd en het totale gezin wordt bereikt. De SPARK-methode in combinatie met het huisbezoek is de beste keuze.

De SPARK is een effectief, gevalideerd, betrouwbaar en praktisch toepasbaar instrument om kinderen met verhoogd of hoog risico op opvoedings- of ontwikkelingsproblemen beter te detecteren dan bij de gebruikelijke zorg. De vervolgacties blijken beter aan te sluiten op de behoefte van ouders en de mate van risico van het kind. Met de interactieve werkwijze van de SPARK (luisteren naar ervaringen van ouders om zo tot een gezamenlijke beslissing over het best passende vervolg te komen), bepalen ouders de richting en houden zij de regie. Bij het gebruik van louter zelfrapportagevragenlijsten worden vooral ouders met hoog risico op opvoedingsproblemen vaker gemist in vergelijking met het gebruik van de SPARK18.

Implementatie

Vanwege de positieve resultaten heeft ZonMw een éénjarig ‘Verspreidings- en implementatie Impuls’ (VIMP) verstrekt. Deze subsidie bestaat uit verschillende delen:

  • ontwikkeling van een e-learning module als training voor JGZ-professionals
  • actieve verspreiding van kennis door een ‘informatie tour’, waaronder kleine maar zeer interactieve symposia door het land, om de SPARK-methode in detail te bespreken met JGZ-managers, JGZ- stafverpleegkundigen en ambtenaren
  • publiceren van niet wetenschappelijke informatie over SPARK
  • ontwikkeling train-de-trainer cursus
  • ontwikkeling handleiding
  • ontwikkeling digitale versie SPARK

Werken met SPARK

Jeugdverpleegkundigen uit de volgende regio’s en organisaties zijn getraind in het gebruik van de SPARK-methode.

  • GGD Zeeland
  • Rivas
  • Yunio
  • Vitras
  • Roeselare, Kind & Gezin Vlaanderen
  • GGD Regio Utrecht, team Maarssenbroek
  • GGD Hart voor Brabant, SPARK-trainers
  • GGD Friesland, team Lemmer
  • GGD Zaanstreek-Waterland
  • CLB-verpleegkundigen, Vlaanderen

De SPARK18 is ontwikkeld door dr. Ingrid Staal en wijlen dr. Henk van Stel van het Julius Centrum, UMC Utrecht. Zij ontwikkelden de SPARK-methode in nauwe samenwerking met een expertgroep van ervaren jeugdverpleegkundigen. Het promotietraject is uitgevoerd onder supervisie van oud prof. dr. Jo Hermanns van de UvA en oud prof. dr. Guus Schrijvers van het UMC Utrecht.

EUSUHM 2017

 

MENU